artikel-zo moet goede hulp eruit zien


‘Zo moet goede hulp eruitzien’

Jeugdhulp werkt aan verplichte beroepsregistratie

Binnen de jeugdhulpverlening werken 23 partners aan verplichte beroepsregistratie van jeugd- en gezinsprofessionals. Vanaf januari 2018 kunnen al die verschillende professionals zich in het Kwaliteitsregister inschrijven. Karlijn Stals, programmaleider Vakmanschap van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) vertelt wat daar allemaal bij komt kijken.

 

De jeugdhulp had al ervaring met beroepsregistratie. Om de jeugdzorg op een hoger plan te krijgen werkten 75 organisaties voor jeugd- en opvoedhulp in de periode 2007-2014 aan het Actieplan Professionalisering Jeugdzorg voor gespecialiseerde jeugdzorgwerkers op hbo- en wo-niveau. Voor hen begon in 2014 de verplichte registratie. “Eerder was die vrijwillig, maar dat kwam onvoldoende van de grond”, zegt Karlijn Stals.

Onderdeel van een beroepsgroep

Deze eerste registratiegolf zette een verandering in de sector in gang. Stals: “Van werknemer die opdrachten uitvoerde werd je onderdeel van een beroepsgroep met professionals die op inhoud afspraken maken, daarop aanspreekbaar zijn en verantwoordelijk zijn voor hun vak; mensen die op hun vakgebied autonoom bepalen wat er moet gebeuren en zich niet enkel door de organisatie laten voorschrijven wat tot hun vak behoort. Behalve registratie horen daar bijvoorbeeld ook een beroepscode, vakinhoudelijke richtlijnen en tuchtrecht bij.”

Afspraken maken en concessies doen

Terwijl de jeugdzorgwerkers zich konden registreren, was er voor heel veel andere professionals in de sector nog niets geregeld. Voor hen ging in 2015 het Programma Professionalisering Jeugd en Jeugdbescherming (PPJJ) van start. Stals is er met haar teamleden van het NJi bij betrokken. Zij buigen zich over vraagstukken rondom professionalisering en beroepsontwikkeling, waaronder beroepsregistratie, ontwikkeling en invoering van richtlijnen, reflectie en tools voor professionals.

“Het PPJJ is een samenwerking tussen 23 partners: branche- en beroepsverenigingen, cliëntenorganisaties en kennisinstituten werkzaam in jeugdhulp en jeugdbescherming. We werken aan beroepsregistratie voor alle professionals die in dit brede domein werkzaam zijn. Een groot en complex project, want het gaat om een enorm aantal verschillende functies, variërend van opvoedcoach in een wijkteam tot gezinsvoogd bij een jeugdbeschermingsorganisatie. Vanwege die enorme diversiteit is eerst gezocht naar een gemeenschappelijke basis. Met 23 partners was dat best lastig; zij moesten allemaal afspraken met elkaar maken, soms dingen loslaten en concessies doen. Maar het lukte: de gemeenschappelijke basis werd het Kwaliteitskader Jeugd. Vanaf januari 2018 kunnen al die verschillende professionals zich in het Kwaliteitsregister inschrijven onder één noemer: jeugd- en gezinsprofessional.”

Van elkaar leren

In het Kwaliteitskader Jeugd geven alle partners eensgezind aan hoe goede hulp er volgens hen uit moet zien, vertelt Stals. “Dat zijn de basiseisen. Op die fundering zijn de afgelopen tijd de registratie-eisen, het competentieprofiel en het professioneel statuut gebouwd. Accenten daarbij zijn cliëntgericht werken, samenwerken, innovatie en met en van elkaar leren.”

Voor specialistische functies moeten professionals aan aanvullende eisen voldoen. Er zijn speciale tools ontwikkeld waarmee elk van hen aan de hand van een uitgebreide vragenlijst kan uitzoeken welke dat zijn.

‘De werkgever moet faciliteren dat jij blijft leren, reflecteren en ontwikkelen’

Trots en gedoe

Binnen de beroepsgroep wordt er verschillend aangekeken tegen registratie. “Er is een groep enthousiastelingen die trots zijn op de erkenning die ze erdoor krijgen. Zij zijn doorgaans ook actief in hun team of organisatie of lid van een beroepsvereniging. Maar er is ook een groep die het als ‘gedoe’ ervaart. Daarnaast zie ik dat sommige organisaties de bal eenzijdig bij de professional leggen: ‘Jij bent de professional, dus jij bent nu verantwoordelijk.’ Dat is een zware last, zeker als je als professional niet weet op wie jij dan weer kunt terugvallen, wie jou steunt en coacht. In het PPJJ wordt daarom ook nadrukkelijk naar de verantwoordelijkheid van de werkgever gekeken; die moet immers faciliteren dat jij blijft leren, reflecteren en ontwikkelen. De afspraken die de sector hierover maakt zijn nieuw. We moeten nog zien hoe dat uitpakt. Op den duur moeten professionals meer ruimte krijgen om aandacht te besteden aan inhoud en kwaliteit.”

Netwerken

In grote programma’s als het PPJJ gaat het veel over kwaliteitseisen en beleidsafspraken op landelijk niveau. Om voeling te houden met de beroepsgroep en de dagelijkse praktijk werkt het NJi met netwerken waarin mensen uit verschillende organisaties, gemeentelijke teams, jeugdbescherming en onderwijs zitten.

Stals: “We houden elkaar in zo’n netwerk op de hoogte van ontwikkelingen, werken samen aan nieuwe tools en informeren elkaar over knelpunten en goede voorbeelden. Neem het Richtlijnenprogramma. Daarin stellen we richtlijnen op voor circa 40.000 professionals om hen te ondersteunen in hun dagelijkse werk. Die richtlijnen bevatten aanbevelingen voor het werk, gebaseerd op wetenschap, praktijkkennis van professionals en ervaringskennis van cliënten. Om zo’n richtlijn te toetsen vragen we het netwerk: ‘Hoe merken je cliënten en je organisatie dat je ermee werkt? Hoe merk je het aan collega’s? Wat heb je nodig om het nog beter te laten werken?’ Door met mensen in het veld op te trekken, houden we het proces gaande en groeit de kwaliteit van binnenuit. Samen al lerend doen wat werkt.”

Tekst: Jan Dobbe
Beeld: De Beeldredaktie / Herbert Wiggerman 

En wat vinden zij van het beroepsregister?

 

‘Je normen en waarden zijn ook belangrijk’

 Een ouder uit het netwerk van LOC, zeggenschap in zorg: 
“Registratie betekent voor ouders dat de professional met wie ze te maken hebben vakbekwaam is en een diploma heeft. Het is fijn dat je iemand tegenover je hebt met kennis, iemand die weet waar je als ouder naartoe kunt. En als het niet goed gaat, dan zijn volgens het tuchtrecht officiële stappen mogelijk. Rechtszekerheid is geborgd.

Je voldoet als jeugdprofessional aan eisen als je geregistreerd bent; maar dat zegt nog niet hoe je je werk doet. Je normen en waarden zijn belangrijk, bijvoorbeeld hoe je met elkaar omgaat. Dat vang je niet in een registratie.”

‘Dit kan wezenlijk bijdragen aan preventie van normoverschrijdend gedrag’

Jacky Stuifmeel, directeur Kwaliteitsregister Jeugd:
“Het Kwaliteitsregister Jeugd voert de wettelijke beroepsregistratie uit van jeugdprofessionals. Zij doen werk dat volgens het Kwaliteitskader Jeugd de inzet van een geregistreerd professional vraagt. Professionals hebben een professionele autonomie en handelen daarbij volgens de normen die horen bij hun beroepsgroep. Via een systeem van permanente educatie houden ze hun vakbekwaamheid op peil. Door registratie bij het Kwaliteitsregister Jeugd onderwerpen zij zich aan de voor hun beroepsgroep geldende professionele standaard en aan het tuchtrecht. Het tuchtrecht beoogt enerzijds dat een jeugdprofessional wordt beoordeeld op zijn professionele handelen. Anderzijds moet behalve de jeugdprofessional de hele beroepsgroep van deze toetsing kunnen leren en zichzelf kunnen verbeteren. Dit kan wezenlijk bijdragen aan de preventie van normoverschrijdend gedrag, aan een gedeelde visie op de ethiek van het beroep en aan kwaliteitsverbetering van de dienstverlening.”

‘Een mijlpaal die we toejuichen’

Magteld Beun, Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk: “De Jeugdwet vraagt professionals zich te houden aan hun professionele beroepscode en richtlijnen. Organisaties moeten de professional volgens diezelfde wet de ruimte geven om volgens die standaarden te werken. Dat is voor heel veel organisaties een eyeopener. Registratie werkt zo als een bewustwordingsproces voor professionals en hun organisaties. Het geeft professionals een bodem om op te staan. Ze krijgen voor het eerst een wettelijke vorm van bescherming: niet iedereen kan zich zomaar met gezinnen, kinderen en jongeren bemoeien. Je moet echt een vak hebben geleerd, professional zijn en blijven om dit werk te kunnen doen. Dat is een mijlpaal en die juichen wij toe. Het brengt misschien wat extra papieren rompslomp en gedoe met zich mee, dat ook. Maar het geeft ook bescherming van onze status en statuur en dat hebben we heel erg nodig in deze sector.”

 

Deel dit artikel!

Wellicht vind je dit ook interessant:

‘Alleen een functioneringsgesprek is te mager’ Keurmerk voor Wmo-consulenten in de maak.
‘Liever leren dan sanctioneren’ Sociaal Werk Nederland wil vakmanschap zichtbaar maken met beroepsregister.
‘Samen bouwen aan een nog mooier beroep’ Klantmanagers kunnen zich vanaf begin 2018 registreren in leerregister.
12//2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

code

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

12//2017