‘Vaker op werkbezoek bij zorgaanbieders’

Hetty Thijssen, beleidsadviseur sociaal domein in Meppel:

De gemeente Meppel werkt niet met wijkteams, maar biedt burgers hulp via één centraal loket. Daar kunnen zij terecht voor Wmo-ondersteuning, jeugdzorg en participatie. Beleidsadviseur Hetty Thijssen is er trots op.

WAAROM ZIJN ER GEEN WIJKTEAMS IN MEPPEL?

“Meppel is te klein om de hulp over meerdere wijkteams te verdelen. Dan zou je versnippering krijgen en dat is niet de bedoeling. Met meerdere teams moet je meer overleg organiseren en wordt de sturing een stuk complexer. Hoe meer schakels je hebt, hoe meer ruis. Wat we wél wilden, was de integrale samenwerking bevorderen. Dat hebben we gedaan door consulenten op één afdeling te laten werken, zodat ze elkaar snel weten te vinden; voor casuïstiekbespreking, overleg, intervisie en om van elkaar leren.”

JULLIE ZIJN EEN LERENDE ORGANISATIE?

“Jazeker, behalve dat we veel investeren in scholing van onze medewerkers, stimuleren we dat mensen uit verschillende disciplines met elkaar in gesprek zijn, in elkaars keuken kijken en zo een breder inzicht in de materie krijgen. Participatie- en Wmo-consulenten gaan vaker samen op huisbezoek én op werkbezoek bij zorgaanbieders. Door dat samen doen en samen leren komen zij sterker in hun schoenen te staan. Daar is iedereen heel positief over.”

JULLIE HEBBEN ÉÉN LOKET?

“Ja, het heet Wmo-loket, maar er komen ook aanvragen binnen in het kader van de Participatiewet en Jeugdzorg. Voor alledrie de terreinen hebben we gespecialiseerde consulenten in dienst. Voor mensen met complexe multiproblematiek – zo’n 2 tot 3 procent van de gezinnen – hebben we in 2016 het Sociaal Team in het leven geroepen. Daarin zitten mensen van onder meer de woningbouwvereniging, het welzijnswerk, maatschappelijk werk, de politie, ggz en zorgaanbieders. Dit team komt in actie als de reguliere hulp voor een gezin niet toereikend meer is en de situatie niet verbetert. Zij maken afspraken wie op welk moment wat doet in een dergelijke complexe situatie.”

‘Wij huren geen zorgprofessionals van zorgaanbieders; je moet de slager niet zijn eigen vlees laten keuren’

HOE VOORZIEN JULLIE IN DE BENODIGDE ZORGEXPERTISE?

“Wij hebben er expliciet voor gekozen om géén zorgprofessionals van zorgaanbieders in te huren. Nog in de tijd van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wezen onderzoeken uit dat de zorgvraag groeide naarmate de invloed van zorgaanbieders groter werd. Je moet de slager niet zijn eigen vlees laten keuren, we houden de rollen strikt gescheiden. Dat betekende wel dat we zelf deskundigheid moesten opbouwen.

Zo hebben we in 2015 medewerkers van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in dienst genomen. Met hun kennis van en ervaring met AWBZ-indicaties konden zij ons die eerste tijd goed laten zien waarop zorgindicaties werden gebaseerd. In het overgangsjaar hebben we met hen alle indicaties van onze klanten doorgenomen en deze zo nodig bijgesteld. Een zinvolle exercitie, want wij keken naar de hulpvraag en niet langer naar het ziektebeeld. Gaandeweg hebben we de producten die we inkopen bijgesteld en zijn we steeds beter tegemoet gekomen aan de vraag van de klant, met de juiste indicatie en de juiste levering van de aanbieder.”

WIJKTEAMS ZIJN MEDE IN HET LEVEN GEROEPEN OM DE ZORG DICHTER BIJ DE MENSEN TE BRENGEN. HOE KOMEN JULLIE DICHTBIJ?

“In onze benadering missen we misschien een aanspreekpersoon in de wijk die het vertrouwen van wijkbewoners kan winnen en mensen makkelijker met elkaar kan verbinden, omdat hij of zij hen persoonlijk kent. Toch hebben we via de regionale welzijnsorganisatie Welzijn MensenWerk oren en ogen in de wijk. Haar ‘loketten’ zijn laagdrempelig en inwoners kunnen desgewenst via hen met ons in contact komen. Daar wordt niet vaak gebruik van gemaakt. De toegang via het gemeentehuis is kennelijk voldoende laagdrempelig.”

‘Je moet zorgaanbieders goed duidelijk maken wat je wilt en tegen welke prijs’

HOE WERKEN JULLIE SAMEN MET ZORGAANBIEDERS?

“We hebben met een groot aantal aanbieders raamovereenkomsten vastgesteld waarbinnen zij hun diensten leveren. Met klanten bespreken we vooraf of zij gebruik willen maken van het persoonsgebonden budget of dat ze zorg in natura willen via een raamcontract. Soms maakt de klant zelf een keuze, maar meestal adviseert onze consulent een bepaalde aanbieder. Vervolgens geven wij de opdracht aan die zorgaanbieder, die precies weet wat de kaders zijn qua lengte en omvang van het aanbod en bijvoorbeeld de verwachte resultaten. Onze consulent houdt de regie en stuurt zo nodig bij.”

DAT GAAT GOED?

“Het is heel belangrijk om een goede relatie met zorgaanbieders op te bouwen en te onderhouden. Goed duidelijk maken wat je van hen wilt en tegen welke prijs. Je visie kenbaar maken en steeds blijven monitoren of ze die nog volgen of dat er moet worden bijgesteld. Goede communicatie is essentieel, vandaar de regelmatige werkbezoeken.

Ook organiseren we samen met andere gemeenten halfjaarlijkse meet&greet-bijeenkomsten met zorgaanbieders. Een gelegenheid om elkaar te zien, te spreken en vertrouwen op te bouwen. Een zelfde soort bijeenkomsten hebben we met mensen uit de eerste lijn, zoals maatschappelijk werk, welzijnswerk en sportverenigingen. Wat zien jullie, waar lopen jullie tegenaan en hoe kunnen we het beter maken? Dat bevalt goed, we gaan er zeker mee door.”

‘We zien budgetoverschrijdingen vanwege hulp aan huis aan mensen die steeds langer thuiswonen’

HET CPB-RAPPORT SUGGEREERT DAT DE ZORG DUURDER IS GEWORDEN DOOR HET WERKEN MET WIJKTEAMS. LUKT HET MEPPEL OM BINNEN DE BUDGETTEN TE BLIJVEN?

“Aanvankelijk wel, maar gaandeweg zien we vaker overschrijdingen van het Wmo-budget. Ik wijt dat vooral aan het feit dat de financiering van hulp aan mensen die steeds langer thuis wonen landelijk niet goed is geregeld. Mensen gaan er in hulp op achteruit als ze aanspraak maken op de Wet langdurige zorg (Wlz), terwijl daar wel de geldstroom naartoe gaat.

Mantelzorgers moeten meer en langer aan de bak en kunnen het vaak niet meer aan. Dan moet de gemeente bijspringen. Die hulp drukt op het Wmo-budget, terwijl dit op het Wlz-budget zou moeten drukken. Dat vertekent het beeld. Maar al met al hebben we het qua kosten heel aardig voor elkaar, met een kwalitatief goed hulpniveau. Daar ben ik trots op.”

Tekst: Jan Dobbe
Foto: De Beeldredaktie / Sander Koning

Deel dit artikel!

17//2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code

17//2019