artikel-meteen aan de slag of eerst meer taal- en werkervaring


Meteen aan de slag of eerst meer taal- en werkervaring?

Hoe helpen we vluchtelingen effectief aan het werk?

Wat is de beste manier om vluchtelingen met een verblijfsvergunning snel te laten integreren? Zo snel mogelijk aan het werk of meer ruimte om eerst de Nederlandse arbeidsmarkt te leren kennen, de taal beter onder de knie te krijgen en relevante werkervaring op te doen? Drie onderzoeksteams proberen meer zicht te krijgen op de meest effectieve aanpak.

 

Opleiding en werk gelden bij uitstek als de manieren om écht te integreren. Gemeenten spannen zich daarom in om vluchtelingen met een verblijfsvergunning zo snel mogelijk richting school of werkgever te begeleiden. Hiermee willen ze ook voorkomen dat vluchtelingen langdurig afhankelijk worden van een uitkering. Sinds 2009 stijgt het aantal bijstandsgerechtigden, wat voor een belangrijk deel toe te schrijven is aan een toename van uitkeringsgerechtigden met een niet-westerse migratieachtergrond. Dat zijn vooral asielzoekers en vluchtelingen met een verblijfsvergunning.

Ondertussen zijn er nauwelijks specifieke interventies voor deze groepen, blijkt uit de databank van het Kennisplatform Integrale Samenleving (KIS). Gemeenten willen dan ook graag weten wat een effectieve aanpak is om deze mensen te ondersteunen bij het vinden en houden van regulier betaald werk.

Van tandarts tot timmerman, globaal krijgt iedereen dezelfde behandeling

Wat werkt het beste?

In de ene gemeente krijgen vluchtelingen met een verblijfsvergunning alle ruimte voor om- of bijscholing en wordt er nauwkeurig gekeken naar hun talenten, voorkeuren en vaardigheden. In de andere gemeente gaan ze zo snel mogelijk aan het werk zonder uitvoerige blik op hun achtergrond of opleiding. Van tandarts tot timmerman, globaal krijgt iedereen dezelfde behandeling.

Hoog tijd om de black box te openen. Via het onderzoeksprogramma Vakkundig aan het Werk zijn vorig jaar drie onderzoeken van start gegaan die meer licht moeten werpen op de werkzame elementen om vluchtelingen effectief naar werk te begeleiden (zie kader 1). Welk traject levert het beste resultaat op voor participatie en de duurzame kans op regulier werk? Brede maatschappelijke participatietrajecten met een langere looptijd? Of juist trajecten die meer op directe plaatsing gericht zijn met begeleiding van een (al dan niet speciaal getrainde) klantmanager van de afdeling Werk & Inkomen?

Directe aansporing

Die laatste keuze maakt de gemeente Amsterdam. Daar worden alle nieuwe statushouders in een zo'n vroeg mogelijk stadium naar werk of opleiding begeleid. Deze snelle activering draait om stapeling: werk wordt altijd gekoppeld aan inburgering. De ondersteuning begint al in het asielzoekerscentrum en wordt voortgezet nadat vluchtelingen een woning hebben gekregen in de gemeente. De klantmanager geeft zijn vijftig klanten zoveel mogelijk aandacht en directe aansporingen. Zo nodig stuurt hij een WhatsApp-bericht ter herinnering aan de burgerschapsles.

“Ons uitgangspunt is dat mensen zo snel mogelijk aan het werk gaan en dat we dan wel merken wat er gebeurt”, zegt Jan van den Oord van het programmateam Vluchtelingen van de gemeente Amsterdam. “Heeft iemand een traumatische stressstoornis, dan kan daar altijd nog een behandeling voor volgen. Maar we gaan het niet van te voren allemaal repareren.”

Stap voor stap

Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de aanpak die de Zoetermeerse stichting Piëzo elf jaar geleden ontwikkeld heeft. Deze methodiek bestaat uit vijf fasen waarin de deelnemers stap voor stap begeleid worden naar participatie, opleiding en werk. De eerste stap is maatschappelijke activering en deelname aan educatieve activiteiten op de Piëzo-locaties. Vervolgens stromen ze door naar lerend vrijwilligerswerk (eerst intern en dan bij andere organisaties), totdat ze een passende opleiding vinden of aan het werk gaan.

Met het lerend vrijwilligerswerk (zie kader 2) vergroten de voormalig vluchtelingen hun baankansen. Tegelijkertijd helpen ze er nieuwe statushouders mee op weg, evenals andere mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Het vrijwilligerswerk bij Piëzo is dan ook nooit een vrijblijvende tijdsbesteding, maar staat altijd in het teken van de ontwikkeling van de individuele deelnemers. “Het gaat hier om persoonlijke aandacht”, zegt directeur Mirjam van Bijnen, die de stichting elf jaar geleden oprichtte. “We kruipen in de huid van mensen en bekijken samen met hen wat ze precies nodig hebben.”

Daarnaast onderscheidt de methodiek zich met een volgsysteem dat voor iedere deelnemer laat zien hoe hij actief is geworden en naar welke baan of opleiding hij is uitgestroomd. De onderzoekers hebben extra vragen aan het volgsysteem toegevoegd waarmee ze hopen te achterhalen hoe de gezondheid van de deelnemers zich ontwikkelt.

Wat brengen we eigenlijk tot stand en hoe doen we dat precies?

Onderzoek is een kans

Voor onderzoeker Marijke Booijink van Movisie is de PiëzoMethodiek interessant voor onderzoek, omdat hiermee al geruime tijd ervaring is opgedaan. “Deze aanpak is behoorlijk goed doorontwikkeld en krijgt veel belangstelling van andere gemeenten. Het is daarom belangrijk om meer te weten over de effectiviteit en de werkzame mechanismen, zodat de PiëzoMethodiek zorgvuldig naar belangstellende gemeenten overgedragen kan worden.”

De onderzoekers toetsen de werkzame mechanismen die ze bij Piëzo vinden aan de literatuur en de praktijk. Ze bespreken met de Leerwerkplaats (focusgroep met medewerkers van Piëzo) wat werkt en wat de valkuilen zijn. Ook toetsen ze de werkzame elementen aan de ervaringen van deelnemers.

De medewerkers van Piëzo omarmen het onderzoek als een kans, ziet Booijink. De blik van buiten wiijst de medewerkers namelijk op punten die tot nadenken stemmen. Wat brengen we eigenlijk tot stand en hoe doen we dat precies?

Warme overdracht

Versnelde integratie is ook het doel van het project Vluchtelingen Investeren in Participeren (VIP), een van de aanpakken waar het derde onderzoek zich op richt. VIP is een landelijk project van VluchtelingenWerk om vijftienhonderd vluchtelingen voor te bereiden op werk. In deze brede aanpak wordt samengewerkt met werkgevers, opleiders en de lokale overheid via trainingsprogramma’s, ontmoetingsactiviteiten, werkbezoeken en de inzet van rolmodellen.

Het instapniveau is een stuk hoger dan bij de andere programma’s. Het hele programma is in het Nederlands; de deelnemers moeten dus al over voldoende taalkennis beschikken. Vrijwilligers begeleiden hen vervolgens richting arbeidsmarkt. Een van de bestanddelen van het traject is de warme overdracht naar de gemeente of werkgever. Het onderzoek moet duidelijk maken of deze intensieve begeleiding vruchten afwerpt.

Duurzaam aan het werk

ZonMW brengt de onderzoekers van de drie projecten regelmatig samen om afstemming en onderlinge vergelijking mogelijk te maken. Alle onderzoekers schrijven een onderbouwing voor welke groep een bepaalde aanpak goed werkt en onder welke omstandigheden. Gemeenten die snel concrete aanwijzingen willen, moeten echter nog even geduld hebben. De onderzoeksresultaten zijn naar verwachting eind 2018 beschikbaar.

Onderzoeker Booijink snapt de haast om snel meer te willen weten over een effectieve aanpak. Maar er is ook tijd nodig om tot bruikbare resultaten te komen, zegt ze. “Je wilt niet alleen iemand zo snel mogelijk uit de uitkering halen, maar iemand duurzaam aan het werk helpen. Of we dat in twee jaar kunnen aantonen, is nog maar de vraag.”

Tekst: Sigrid van Iersel
Beeld: Annelies van ‘t Hul

Wat wordt onderzocht?

Regioplan en de gemeente Amsterdam onderzoeken de Amsterdamse aanpak die bestaat uit versnelling van werk en inburgering direct vanuit het azc. De vluchtelingen krijgen intensieve ondersteuning bij taal, inburgering, werk en participatie door gespecialiseerde klantmanagers.

Movisie en de gemeente Zoetermeer nemen de effectiviteit van de PiëzoMethodiek onder de loep. Dit is een integrale aanpak met laagdrempelige voorzieningen in de wijk, zoals computerlessen, gezondheidsvoorlichting en vrijwilligerswerk om werknemersvaardigheden te ontwikkelen. De onderzoekers willen weten of deze aanpak leidt tot meer participatie en een betere gezondheid. Ook ontwikkelen ze een praktijkgerichte handreiking voor trajectbegeleiders, waarin per fase beschreven staat hoe de begeleiding eruit ziet en met welke werkzame mechanismen zij rekening moeten houden.

Tot slot onderzoekt het Verwey-Jonker Instituut met de gemeenten Amersfoort, Ede en Overbetuwe de inzet van twee maatschappelijke organisaties, namelijk Vluchtelingen Investeren in Participeren (VIP) van Vluchtelingenwerk en de Werktrajecten van stichting NVA (centrum voor inburgering) in Amersfoort. Ze bekijken wat de effectiviteit van deze interventies is en wat de randvoorwaarden zijn voor succes.

Het onderzoek beslaat twee jaar en de resultaten zullen eind volgend jaar bekend zijn. Binnenkort gaan bovendien vier nieuwe projecten rondom deze doelgroep van start. Die onderzoeken worden uitgevoerd in de regio Nijmegen, in Almere en Den Haag, terwijl er ook een project rondom gezondheid uitgevoerd wordt in Amersfoort, Amsterdam en Katwijk. 

Meer informatie:

 

Lerend vrijwilligerswerk

Veel interventies om vluchtelingen te begeleiden naar opleiding en werk maken gebruik van lerend vrijwilligerswerk. Zij gaan bijvoorbeeld aan de slag als kinderoppas of klusjesman. Maar hoe maak je een goede match tussen de deelnemers en vrijwilligerswerk waarvan zij daadwerkelijk iets leren? Dat is een van de aandachtspunten van de onderzoekers bij deze projecten.

Bij de PiëzoMethodiek houdt de begeleider eerst een uitgebreide intake: wat zijn de wensen, talenten en verwachtingen van de deelnemer? Vervolgens gaat hij of zij iets doen dat daarop aansluit. Daarnaast hebben alle deelnemers een ontwikkelpaspoort. Hierin staat vermeld met welke vaardigheden iemand aan de slag wil. Het derde onderdeel van de methodiek is individuele begeleiding om de lerende component in de gaten te houden.

 

Vakkundig aan het werk

VNG, Divosa, UWV, ZonMw en de ministeries van SZW en VWS werken samen in het meerjarige kennisprogramma Vakkundig aan het werk. Doel hiervan is: het ontwikkelen van nieuwe wetenschappelijke kennis waarvan uitvoerders in het sociaal domein kunnen profiteren. Dat moet een effectievere dienstverlening aan de burger opleveren.

Deze serie artikelen belicht recente onderzoeken in het kader van dit kennisprogramma en laat zien wat werkt en niet werkt in het sociaal domein.

Meer informatie:
ZonMW onderzoeksprogramma

Deel dit artikel!

Wellicht vind je dit ook interessant:

Big data in het sociaal domein Wat zijn de kansen en valkuilen om de effectiviteit en kwaliteit van gemeentelijke re-integratie te verbeteren met gebruik van big data? 
7 richtingaanwijzers voor de uitvoeringspraktijk Zeven onderzoeksresultaten waar gemeenten hun voordeel mee kunnen doen.
Mobility Mentoring helpt klanten in armoede uit he... Onderzoek naar nieuwe aanpak in Nederland
12//2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

code

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

12//2017