Tips voor wetenschappelijk onderzoek, aantal mensen met bijstandsuitkering omlaag, Amsterdam

Meer kennis, meer maatwerk

Eén op de tien bijstandsgerechtigden in Nederland woont in Amsterdam. Hoe kan wetenschappelijk onderzoek eraan bijdragen het aantal mensen met een bijstandsuitkering in de hoofdstad te verminderen?

 

Aan initiatieven om bijstandsgerechtigden weer te laten meedoen op de arbeidsmarkt ontbreekt het in Amsterdam in ieder geval niet. Een van de nieuwste instrumenten is de Perspectiefbaan voor 27-plussers die zich ook willen laten scholen. Het arrangement is bedoeld voor beroepen waar een werknemerstekort op de loer ligt. Voor gespecialiseerde koks bijvoorbeeld. Zo op het eerste gezicht is de Perspectiefbaan interessant voor werkgevers én werkzoekenden. Maar is het ook een effectief en efficiënt instrument? Onderzoek moet dat uitwijzen.

Jan Feenstra (beleidsadviseur Werk van de gemeente Amsterdam) en Myriam Mulder (adviseur Arbeidsmarktkennis bij het Werkgeversservicepunt Groot-Amsterdam) zijn grote pleitbezorgers van meer (wetenschappelijk) onderzoek, zodat er meer beproefde en onderbouwde instrumenten ingezet kunnen worden. Maar daaraan zitten wel wat haken en ogen, hebben zij ervaren. Zeven tips voor wetenschappelijk onderzoek en de toepassing ervan.

1. Onderzoek naar effectiviteit is noodzakelijk

Maatschappelijke trends maken wetenschappelijke onderbouwing van interventies noodzakelijk. Burgers en bestuurders zijn kritischer geworden over de geld- en tijdbesteding van de gemeentelijke overheid. Het is belangrijk om hulp- en dienstverlening aan te bieden waarmee mensen echt zelfredzamer worden. Dat kan alleen als je gebruikmaakt van effectieve interventies.

“Burgers en dus ook uitkeringsgerechtigden zijn mondiger geworden”, zegt Jan Feenstra. “Dat is gegrond, want we werken met gemeenschapsgeld. Ook vakmanschap staat daardoor prominenter op de agenda. Welke instrumenten je ook inzet, het is noodzakelijk om ze elke keer weer te toetsen.”

 

‘Het is goed om intuïties en praktijkervaringen met wetenschappelijk onderzoek te onderbouwen’

 

2. Zet instrumenten specifiek in

De vraag of een interventie effectief is, is snel gesteld. Maar als er iets uit bestaande onderzoeken naar voren komt, is het wel dat er zelden een algemeen antwoord op die vraag te geven is. Wat voor de ene groep werkt, helpt een andere groep niet verder. Geen enkel instrument werkt even goed voor alle groepen, zoals ook blijkt uit de recente studie van het CPB over kansrijk arbeidsmarktbeleid. Om af te wegen wat wel en niet werkt is kennis uit de wetenschap nodig, net als de ervaring van de klantmanager.

3. Resultaten dienen toepasbaar te worden voor uitvoeringsprofessionals

Onderzoek in de sociale uitvoeringspraktijk is niet nieuw, maar menig rapport belandt in een kast. Jammer. Want het is juist de bedoeling dat er iets met de aanbevelingen gebeurt.

Amsterdam werkt sinds kort met de werkvorm van het praktijkatelier. Daarbij komen onderzoekers en uitvoerders na afloop van een onderzoek bij elkaar om de aanbevelingen te bespreken. Vervolgens worden er voorstellen gedaan om de dienstverlening bij te stellen of aan te passen.
Zo besprak het Werkgeversservicepunt Groot-Amsterdam begin maart 2016 een onderzoek van TNO (Martijn van Emmerik et al., in opdracht van de gemeente Amsterdam) naar de succes- en faalfactoren bij de uitvoering van werkgeversarrangementen, zoals loonkostensubsidies en proefplaatsingen.

Het onderzoek laat zien dat een goede match tussen de leiderschapsstijl van de werkgever en de klant/werkzoekende een van de succesfactoren is. De ene werkzoekende is gebaat bij expliciete werkinstructies, terwijl een ander juist floreert in een bedrijf waar men gezamenlijk bespreekt wat er moet gebeuren. “Onze organisatie kan dit inzicht praktisch vertalen naar bijvoorbeeld een vacaturechecklist”, zegt Myriam Mulder.

4. Houd rekening met verschillende interpretaties

Tussen de politieke visie van een bestuurder en de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek kan een zekere spanning bestaan, zeggen Jan en Myriam.

Stel dat een studie concludeert dat een bepaalde maatregel geen direct activerend effect heeft op uitkeringsgerechtigden. Dan nog kan een politicus op basis van zijn bestuurlijke ambities en prioriteiten bepalen dat hij de uitkeringsgerechtigden met deze maatregel wil blijven ondersteunen, al dan niet tijdelijk. De maatregel in kwestie kan namelijk een ander maatschappelijk doel dienen, zoals mensen uit de armoede houden. “Kennis lijkt in veel gevallen objectief maar is toch vaak voor meerdere interpretaties vatbaar”, zegt Myriam.

5. Betrek de uitvoering erbij

Ga niet vanuit de beruchte ivoren toren onderzoek doen, maar betrek collega’s uit de uitvoering vanaf het prille begin bij het onderzoek. Immers, zij gaan de aanbevelingen uiteindelijk toepassen in de praktijk. Vraag hun als het gaat om de inzet en de beoogde opbrengst van onderzoek: Herken je dit? Wat mis je nog? Wanneer heb je er wat aan?

Myriam: “Uitvoeringsprofessionals kunnen nog weleens terughoudend zijn over onderzoeksresultaten. ‘Dat wisten we toch al’, zeggen ze soms bij het horen van de opbrengst van een studie. Dat neemt niet weg dat het goed is om dergelijke intuïties of praktijkervaringen met wetenschappelijk onderzoek te onderbouwen en te bevestigen.”
Daarnaast is het slim om mogelijke verborgen angsten bespreekbaar te maken. Wat betekent het voor het vak van klantmanager als uit een experiment rondom de verplichte zoekperiode blijkt dat bijstandsaanvragers minder of zelfs geen begeleiding meer nodig hebben? “Houd rekening met zulke onzekerheden”, zegt Myriam. “Draagvlak is essentieel.”

6. Kennis roept soms weerstand op

Onderzoek is niet altijd sexy, weet Myriam. “We hebben in Amsterdam – gelukkig – een erg praktisch ingestelde werkcultuur. We pakken zaken graag snel en efficiënt op. Onderzoek vraagt van de organisatie veelal extra tijd, inzet en reflectie op ons werk. Niet iedere collega wordt daar even gelukkig van. Velen overigens nadrukkelijk wél.”

De resultaten van een studie kunnen ook laten zien dat medewerkers hun werk anders moeten inrichten. Professionals uit de uitvoering vinden het soms vervelend om afscheid te nemen van een vertrouwde werkwijze. “Kennis kan dus ook lastig zijn. Het haalt ons weleens uit onze comfortzone”, zegt Myriam. “Gelukkig staan veel collega’s juist open voor nieuwe inzichten en verbetering van de werkpraktijk. Hun enthousiasme kan eventuele weerstand bij anderen doorbreken.”

7. De uitvoering is en blijft mensenwerk

De ene werkcoach/klantmanager legt een kandidaat die niet opdaagt bij een werkgever een sanctie op. Een andere werkcoach gaat juist lobbyen bij de werkgever om de kandidaat nog een kans te geven. “Wat goed is, is niet in regels te vatten”, zegt Jan. “Iedere klant, coach en werkgever is uniek. Iedere situatie is uniek. Een groot deel van ons werk is mensenwerk.”

De afwegingen van klantmanagers en werkcoaches zijn dus ook belangrijk. “Het werk valt niet dicht te regelen en dat is maar goed ook”, zegt Myriam. “We hebben een collega die, op basis van zijn jarenlange expertise, in zijn vrije tijd een van onze oud-kandidaten heeft begeleid toen hij suïcidaal was. Die persoonlijke betrokkenheid kun je nooit per protocol afdwingen. Het gaat nu weer goed met deze voormalige klant.”

Amsterdam wil maatwerk bieden, mensen centraal stellen en tegelijkertijd meer grip krijgen op het proces. “Uiteindelijk komen we dan uit op vakmanschap en professionaliteit”, concludeert Jan. “We zijn een sociaal vangnet voor mensen die het echt nodig hebben. Daarbij blijven we mensen prikkelen om als het maar even kan de volgende stap naar economische zelfstandigheid of participatie te maken.”

Tekst: Sigrid van Iersel
Foto: De Beeldredaktie

Vakkundig aan het Werk

Wat is een effectieve manier om zo veel mogelijk mensen aan een (betaalde) baan te helpen? Hoe kan het lokale bestuur bijdragen aan armoedevermindering? En leveren interventies van sociale diensten eigenlijk wat op? Wetenschappelijk onderzoek kan daar meer inzicht in geven.

In nauwe samenwerking met de drie andere grote steden doet de gemeente Amsterdam mee aan het programma Vakkundig aan het Werk. Via dit programma ontvangt Amsterdam subsidie voor wetenschappelijk onderzoek op het terrein van werk en inkomen in de gemeentelijke uitvoeringspraktijk.

Ook in jouw gemeente?

De volgende subsidieronde van het programma Vakkundig aan het Werk is van start gegaan en loopt tot 20 september 2016. Daarna wordt bepaald welke onderzoeksvoorstellen subsidie ontvangen.

Kijk voor meer informatie op: www.divosa.nl 

 


Deel dit artikel!

Wellicht vind je dit ook interessant:

Vroeger praatten we over elkaar, nu met elkaar Uitgangspunt is het doel van de wet en niet de letter. ‘Bizar dat we het ooit anders deden.'
70:20:10-leren in de Amsterdamse praktijk Wil je weten wat waardevol is voor klant en stad, dan moet je op de werkvloer zijn.
Het kan altijd beter Drie stappen vooruit en twee terug. Als lerende organisatie is Werkplein Drentsche Aa altijd in beweging.
06//2016

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

code

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

06//2016