artikel-liever leren dan sanctioneren


‘Liever leren dan sanctioneren’

Beroepsregister voor sociaal werkers

Geen bureaucratisch systeem met onzinnige vinkjes, maar vakmanschap zichtbaar maken en het accent leggen op leerervaringen. Op die manier wil Sociaal Werk Nederland de beroepsregistratie van sociaal werkers vorm en inhoud geven. Wat kunnen klantmanagers leren van hun zoektocht?

 

Het kantoor van Sociaal Werk Nederland ligt naast het onderkomen van Divosa, aan de Wilhelminalaan in Utrecht. De redactie van Trots op je vak ging dus letterlijk gluren bij de buren. Twee van die buren zijn Marije van der Meij en Edwin Luttik, beiden projectleider kwaliteit en professionalisering bij de branchevereniging. Sinds 2014 spannen zij zich ervoor in om de professionalisering van sociaal werkers handen en voeten te geven. Hoe kijken zij aan tegen de volgende vijf vraagstukken?

1. Een systeem of een vrije vorm voor beroepsregistratie?

Sociaal Werk Nederland was niet meteen enthousiast over het opzetten van een beroepsregister voor sociaal werkers. In een tijd waarin ‘de bedoeling’ en ‘de leefwereld’ centraal staan, ligt het niet voor de hand om een nieuw systeem in te richten. Was hier niet iets creatievers voor te bedenken? Een vrijere vorm? De bewegingsruimte bleek beperkt.

Van der Meij: “We willen als branche de minimale vereisten bepalen voor dit beroep. Ook willen we zichtbaar maken dat 50.000 professionals serieus aan deskundigheidsbevordering en reflectie doen. En we willen aansluiten bij professionaliseringsbewegingen die al aan de gang zijn, zoals de beroepsregistratie in de jeugdhulp. Door deze criteria kom je dan toch op een systeem als een beroepsregister uit.”

Edwin Luttik onderschrijft de uiteindelijke keuze van SWN voor een beroepsregister met een verwijzing naar het artikel van Marcel van Druenen, projectleider Vakmanschap bij Divosa, in het tijdschrift Sociaal Bestek. Van Druenen wijst hierin op de noodzaak van een sterke beroepsorganisatie, gelegitimeerd met een gerichte beroepsopleiding en een beroepsregister.

2. Wie hoort bij de beroepsgroep en wie niet?

Professionals sociaal werk heb je in veel soorten en maten. Denk aan generalisten in wijkteams pedagogisch medewerkers van een peuterspeelzaal, opbouwwerkers en medewerkers in de maatschappelijke opvang en schuldhulpverlening. Ook zijn veel sociaal werkers in andere sectoren actief en in tal van verwante beroepen die onder andere cao’s vallen.

Het was te ingewikkeld om iedereen meteen mee te nemen, concludeerde Sociaal Werk Nederland. “Daarom zijn we eerst de basis van sociaal werk gaan definiëren – de generieke competenties van sociaal werkers in de sector welzijn en maatschappelijke dienstverlening”, legt Van der Meij uit. “Het vergt veel tijd en overleg om tot overeenstemming te komen over wie die sociaal werker is en wat hij of zij moet kennen en kunnen. De andere partijen betrekken we er later bij.”

3. Een vraagstuk voor de werkgever of de professional?

Als penvoerder is Sociaal Werk Nederland de trekker van het programma Sociaal Werk Versterkt, met onder meer de ontwikkeling van het beroepsregister; een niet altijd comfortabele positie voor een brancheorganisatie die 550 werkgevers vertegenwoordigt in het sociaal werk – normaal gesproken is de beroepsorganisatie verantwoordelijk voor de professionalisering van de aangesloten leden en het vak. Van der Meij: “Maar op dat moment was het nodig en logisch dat wij dit oppakten. Daarbij zijn we nadrukkelijk als trekker actief, want op de inhoud en het draagvlak zijn de beide beroepsverenigingen en de vakbonden aan zet.”

‘Je bent je hele leven een professional; los van je werkgever moet je een eigen ontwikkeldossier opbouwen’

Als werkgeversorganisatie geeft Sociaal Werk Nederland graag een impuls aan kwaliteit en professionalisering. De kwaliteit van een organisatie staat of valt immers met haar belangrijkste kapitaal: de professionals. Toch geldt het uitgangspunt dat de professional in essentie zelf verantwoordelijk is voor zijn vakontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.

“Je bent je hele leven een professional”, zegt Van der Meij. “Misschien zit je nu bij een werkgever die in je wil investeren, maar over twee jaar misschien niet meer. Als het alleen van de organisatie afhangt, dan zit er wellicht geen continuïteit in je ontwikkeling. Wij vinden dat je los van je werkgever een eigen ontwikkeldossier moet opbouwen. Deze filosofie van eigen verantwoordelijkheid vind je ook terug in de cao Sociaal Werk. En uiteraard is het van groot belang hoe de werkgever je daarin ondersteunt met beschikbare tijd en vergoedingen.”

‘Professionals stoppen al hun tijd in hun cliënten; het laatste waar ze aan denken is hun eigen ontwikkeling’

4. Stimuleren of verplichten?

Het Beroepsregister Sociaal Werk is vooralsnog een vrijwillig register. Maar er is wel een stimulans nodig, denkt Van der Meij. “Als we naar andere sectoren kijken, mogen we er niet van uitgaan dat professionals hier als beroepsgroep en individueel meteen mee aan de slag gaan. Professionals stoppen al hun tijd in hun cliënten; het laatste waar ze aan denken is hun eigen ontwikkeling. En een online systeem dat geld kost, met een inlog en punten, zal de gemiddelde professional niet echt aantrekken.”

De partners van Sociaal Werk Versterkt (zie kader) leggen daarom niet de nadruk op beroepsregistratie zelf – dat is een middel. Nee, het gaat om het doel: persoonlijke ontwikkeling, jezelf onderscheiden en trots zijn op het vak. “Ook het arbeidsmarktperspectief speelt mee”, zegt Van der Meij. “Het vaste contract is niet meer heilig, dus vooral de jongere generatie realiseert zich dat ze fris en actief moet blijven. Zichtbare professionalisering helpt daarbij.”

Veel mensen maken wel goede voornemens over bijscholing, maar in de praktijk schiet het er vaak bij in. Je doet het pas als de nood hoog is of als het moet. Daarom zijn er extra prikkels nodig, denken Luttik en Van der Meij. “Wellicht krijgt beroepsregistratie ooit een plek in de cao. Daarnaast zou het mooi zijn als gemeenten bij aanbestedingen waardering geven aan organisaties met het kwaliteitslabel – bedoeld voor de organisatie als geheel – en aan beroepsregistraties – voor individuele professionals.”

Zowel de professionals als de werkgevers moeten hun rol pakken, aldus Van der Meij. “Kwaliteit heeft een prijs. Als je gemotiveerde mensen wilt, dan moet je dat als organisatie én gemeente ook mogelijk maken, door tijd en geld beschikbaar te stellen. Daarnaast moet deze sector eraan wennen om collectief en individueel en gestructureerd te professionaliseren. Het is al mooi als je een begin maakt en dat later uitbouwt.”

‘Scholingsuren afvinken laat niet zien wat iemand werkelijk geleerd heeft’

5. Hoe toets je de ontwikkeling?

Essentieel aan beroepsregistratie is de manier waarop je aantoont en dus toetst of iemand een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Want daar gaat het om: dat mensen hun vakmanschap onderhouden en ontwikkelen. De partners in het programma zijn nog steeds op zoek naar een evenwichtig systeem dat zo min mogelijk draait om scholingsuren afvinken en diploma’s uploaden. Dat laat niet zien wat iemand werkelijk geleerd heeft. “Een systeem checkt niet of die cursus wel uitdagend genoeg was, of je wel hebt opgelet en of de inhoud jou als professional helpt.” Wat voor iedereen een wenselijk en werkbaar alternatief is, daar zijn ze met elkaar nog niet over uit.

Wat als alles mogelijk is? Van der Meij: “In mijn ideale wereld werken we met een grote groep assessoren uit de sector zelf, die opgeleid zijn om een ontwikkelingsgesprek te houden. Dan maakt de professional een leerplan en kiest naar eigen inzicht activiteiten die hem of haar helpen, verbeteren en ontwikkelen. Met een portfolio en een goed verhaal onder de arm volgt op regelmatige basis een goed gesprek over hoe dat artikel of die cursus die hem of haar echt verder gebracht heeft en wat de vervolgdoelen zijn. Dat lijkt me echt mooi.”

Tekst: Sigrid van Iersel
Foto: de Beeldredaktie

 

Sociaal Werk Versterkt

Branchevereniging Sociaal Werk Nederland is penvoerder van het programma Sociaal Werk Versterkt. Met beroepsverenigingen BPSW en BVjong, de vakbonden, arbeidsmarktfonds FCB en Movisie werkt ze aan beroepsontwikkeling. Samen zijn zij tot de volgende concrete resultaten gekomen: een beroepscode (beroepsethiek), een beroepscompetentieprofiel (wat moeten sociaal werkers kennen en kunnen) en een beroepsregister. Programmamedewerkers halen in gemeenten op hoe burgers sociaal werk ervaren en wat zij wensen, zodat hun perspectief meegenomen kan worden in het proces van beroepsontwikkeling.

Het is de bedoeling om het beroepsregister te presenteren in het voorjaar van 2018. Daarna worden ook andere brancheorganisaties betrokken.

Professionalisering is een belangrijk onderdeel van het Kwaliteitslabel Sociaal Werk voor de branche. Zowel de Gezondheidsraad als de Tweede Kamer heeft de urgentie van professionalisering van de sector aangegeven.

 

Deel dit artikel!

Wellicht vind je dit ook interessant:

‘Alleen een functioneringsgesprek is te mager’ Keurmerk voor Wmo-consulenten in de maak.
‘Samen bouwen aan een nog mooier beroep’ Klantmanagers kunnen zich vanaf begin 2018 registreren in leerregister.
‘Zo moet goede hulp eruitzien’ Verplichte beroepsregistratie voor jeugd- en gezinsprofessionals.
12//2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

code

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

12//2017