artikel-functioneringsgesprek-nationale-bijscholingsdag


‘Alleen een functioneringsgesprek is te mager’

Keurmerk voor Wmo-consulenten in de maak

Heb je een eigen keurmerk nodig om te laten zien dat je een goed gesprek kunt voeren aan de keukentafel? Is het een noodzakelijk kwaliteitsstempel om het kaf van het koren te scheiden? We nemen een kijkje bij de Wmo-consulenten, die dit jaar de eerste stappen hebben gezet richting beroepsregistratie.

 

Klanten schuiven beter voorbereid aan de keukentafel aan en stellen vaak stevige eisen. Soms overdonderen ze de Wmo-consulent zelfs met een spervuur aan kritiek. Hoe kun je daar professioneel mee omgaan?

Bovenstaande vraag stond centraal in een van de workshops tijdens de allereerste Nationale Bijscholingsdag (zie kader) waar ruim honderdtachtig Wmo-consulenten op af kwamen om zich in hun vak te verdiepen en hun horizon te verbreden. Ze leerden er hoe conflicten kunnen ontstaan en wat hun aandeel hierin is. Ze deden kennis op over hoe ze escalatie kunnen voorkomen en ontdekten hoe ze hun cliënten effectief kunnen aanspreken op het nemen van verantwoordelijkheid. Interessant, leerzaam en belangrijk, want tot nog toe waren er geen structurele bijscholingsprogramma’s voor deze consulenten.

AANDACHT VOOR PROFESSIONALISERING

De functie van Wmo-consulent wordt sinds de wetswijziging in 2015 als beroep aangemerkt, maar een eigen branchevereniging of netwerk hadden deze professionals nog niet. Het Kenniscentrum WMO heeft daarom onlangs de beroepsorganisatie WMO Consulenten Nederland in het leven geroepen. Een van de eerste wapenfeiten van het opleidingsinstituut en de nieuwe beroepsorganisatie is het initiatief tot beroepsregistratie, waarvan de Nationale Bijscholingsdag een eerste praktische vertaling is.

De aandacht voor professionalisering is hard nodig, vindt directeur Miquel Wijngaards van Kenniscentrum WMO. En dat geldt ook voor de beroepsregistratie. “Veel Wmo-consulenten hebben geen officiële opleiding gevolgd of geen actuele kennis van zaken. Gemeenten controleren nauwelijks of de kennis van deze consulenten voldoende op peil blijft, terwijl wet- en regelgeving voortdurend verandert.”

‘Het is eigenaardig dat het beroep van Wmo-consulent nog niet beschermd is’

MENSEN MET DE JUISTE ACHTERGROND

Diverse beroepsgroepen in het sociaal domein, denk aan de jeugdconsulenten, hebben al langer een kwaliteitsregister. Zij beschikken grotendeels over dezelfde competenties als Wmo-consulenten, maar hebben voor hun vak een hbo-opleiding en een SKJ-registratie nodig. “Het is eigenaardig dat het beroep van Wmo-consulent nog niet beschermd is”, zegt Wijngaards. “Er is geen registratie, geen toetsing en er zijn geen onderhoudseisen – tenzij gemeenten een intern toetsingssysteem hebben ingevoerd, maar de praktijk leert dat er doorgaans alleen een functioneringsgesprek is. Dat is te mager.”

Willem van Ravenhorst is teammanager Zorg bij gemeente Amersfoort. Hij vindt de beroepsregistratie voor Wmo-consulenten een belangrijke stap voorwaarts. “Er is een enorme run op de vacatures voor Wmo-consulenten zonder dat deze mensen de juiste achtergrond hebben”, signaleert hij. “Veel mensen die hun baan bij een bank of andere financiële dienstverlener zijn kwijtgeraakt, zoeken nu een baan in deze richting. Het is moeilijk om mensen met voldoende kwaliteit te vinden.”

WMO-CONSULENT STEEDS BELANGRIJKER

De rol van Wmo-consulenten wordt steeds belangrijker. Niet alleen doordat mensen langer thuis blijven wonen, maar ook omdat Wmo-consulenten de toegangspoort zijn voor de burger met een hulpvraag tot de gemeente; zij hebben daarmee een flink aandeel in de beeldvorming over die gemeente. Bovendien is er met de uitvoering van de Wmo een grote som gemeentelijk geld gemoeid.

Frank Koopmans, teamleider Sociale zaken en Wmo van de gemeente Dronten vindt daarom dat de Wmo-consulent veel meer deskundigheid nodig heeft. “Onze consulenten hebben de opdracht om strak de regie te voeren en scherpe vooruitgang te boeken. Ze werken samen met goedopgeleide professionals van verschillende instellingen en met ingewikkelde doelgroepen waarmee ze nooit eerder te maken hebben gehad. Consulenten voor de Wmo en de Participatiewet zijn ook niet meer uitwisselbaar – er ontstaan vakinhoudelijke specialisaties. Dit alles betekent dat zij hun vak goed moeten bijhouden.”

‘Er wordt te gemakkelijk naar de werkgever gekeken, zo van: school mij maar bij’

ZELF VERANTWOORDELIJK VOOR JE ONTWIKKELING

Inmiddels heeft Wijngaards van Kenniscentrum WMO veel gesprekken gevoerd met teamleiders, consulenten en wethouders. Hij trekt op met Divosa, dat zich sterk maakt voor de professionalisering van klantmanagers, en stelt vast dat er een breed draagvlak is voor registratie. Ook het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport is er blij mee.

Wijngaards plaatst wel een kanttekening: “Dit initiatief tot beroepsregistratie hoort eigenlijk bij een stichting of vereniging thuis, niet bij ons als opleidingsinstituut. Het is nu: ‘Wij van Wc-eend adviseren Wc-eend’. Maar iemand moet toch de eend zijn die dit roept. Wij hoeven het register niet te beheren, maar willen wel onze nek hiervoor uitsteken.”

Teammanager Van Ravenhorst van de gemeente Amersfoort juicht de stappen van Wijngaards en de zijnen toe. “Het zou inderdaad mooi zijn als vakmensen hier zelf mee starten en niet een commerciële partij als het Kenniscentrum WMO, maar het moet ergens beginnen. Het register ontkracht het beeld dat de werkgever verantwoordelijk is voor de professionele ontwikkeling van de werknemer. Er wordt te gemakkelijk naar de werkgever gekeken, zo van: school mij maar bij. Zo zien wij het niet.”

TROTS OP JE VAK

Een beroepsregister kan bijdragen aan het gevoel dat je een echt vak uitoefent, vervolgt Van Ravenhorst. “Een vak waarop je trots mag zijn. Als je geregistreerd bent, kun je opleidingen volgen en kom je collega’s van andere gemeenten tegen. En als je andere collega’s ontmoet, kom je altijd met nieuwe ideeën terug. Een register borgt die zoektocht.”

Teamleider Koopmans van de gemeente Dronten is zich ervan bewust dat een beroepsregister veel van de professionals vraagt. “Bij de jeugdconsulenten zie ik dat het niet eenvoudig is om de bijkomende verplichtingen van een registratie bij te houden. Maar ik zie ook bij hen de meerwaarde van de beroepsregistratie. Ze zijn zich bewuster van hun eigen professie en het belang van hun rol. Ze staan meer voor hun vak. Dat zie ik de andere consulenten ook graag doen.”

Tekst: Sigrid van Iersel
Beeld: de Beeldredactie/ Christiaan Krouwels

Nationale Bijscholingsdag smaakt naar meer

Kenniscentrum WMO zocht naar een objectieve en eenvoudige manier om een start te maken met beroepsregistratie en professionalisering. Dat werd de Nationale Bijscholingsdag. Op donderdag 22 juni was de eerste Nationale Bijscholingsdag voor Wmo-consulenten in Hotel Van der Valk in Zwolle. Ruim 180 consulenten kwamen samen om nieuwe inzichten op te doen en hun ervaringen te delen.

Die eerste editie van de Nationale Bijscholingsdag kreeg zoveel positieve reacties dat in november een tweede dag gehouden is. Wie lid wordt van de beroepsorganisatie WMO Consulenten Nederland kan zich laten opnemen in het register van Wmo-consulenten. Daarin worden alle kennis, kunde, werkervaring en vaardigheden van de consulenten vastgelegd.

Meer informatie: WMO Consulenten Nederland

 

Deel dit artikel!

Wellicht vind je dit ook interessant:

‘Liever leren dan sanctioneren’ Sociaal Werk Nederland wil vakmanschap zichtbaar maken met beroepsregister.
‘Samen bouwen aan een nog mooier beroep’ Klantmanagers kunnen zich vanaf begin 2018 registreren in leerregister.
‘Zo moet goede hulp eruitzien’ Verplichte beroepsregistratie voor jeugd- en gezinsprofessionals.
12//2017

Reacties

  1. Geplaatst door: Guus Janssen

    Wellicht zijn de citaten van Miquel Wijngaards en Willem van Ravenhorst wat verminkt geraakt? Als ik kijk naar de functie-eisen in vacatures voor WMO-consulenten, kan ik me niet voorstellen dat er veel mensen zijn die “geen officiële opleiding hebben gevolgd”. Deze mensen komen nooit door de selectie heen. Dat er veel mensen solliciteren op deze functie, is onvermijdelijk, dat gebeurt namelijk bij alle populaire functies.
    Wat Willem in heel kort bestek schetst, is een krapte bij de Senior WMO-consulenten, vooral als ervaring met begeleiding gevraagd wordt. Aan de andere kant een behoorlijk grote groep die recent de opleiding tot WMO-consulent gevolgd heeft. Deze groep heeft een wat diffuse achtergrond, met potentie om een goede WMO-consulent te worden, maar ze hebben een groeiroute nodig. Oók bij mensen uit het Bank- en Verzekeringswezen zitten zeer capabele mensen, is mijn ervaring. Degenen die tijdens die groeiroute toch tekort komen, vallen vroeg of laat vanzelf af.
    Kortom: een keurmerk is nuttig maar de arbeidsmarkt- en selectieproblemen lost het niet op. Er moet creatief gehandeld worden om de groep met potentie door te laten groeien.
    Ik heb certificeringen meegemaakt bij Noloc (voor Loopbaanadviseur) en bij LVVV (Vertrouwenspersoon). Dat stemt me niet helemaal gerust. Er kwamen steeds meer aanbieders van opleidingen, er ontstond een aanzuigende werking waardoor de beroepsgroepen exponentieel groeiden – denk aan alle coaches – en het eind van het liedje was dat er zeker 1000 – 1500 Euro per jaar naar matige bijscholingen ging.
    Dit alles graag meenemen in de plannen voor het keurmerk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

code

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

12//2017