meer zelfvertrouwen meer perspectief


Meer zelfvertrouwen, meer perspectief

Leeuwarden onderzoekt de meerwaarde van peergroups

In Leeuwarden helpen bewoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt elkaar aan contacten en zelfvertrouwen. Door elkaar te bemoedigen vinden mensen onderaan de participatieladder de eerste stap naar boven. Dat blijkt uit het onderzoek naar de werkzame bestanddelen van peergroups in deze stad.

 

Een jongen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt leefde dag en nacht in zijn eigen computerwereld. Contact met anderen had hij daardoor vrijwel nooit. Totdat hij zich aansloot bij bewoners uit zijn wijk die met soortgelijke problemen worstelden.
De jongen zag dat andere deelnemers niet vaardig waren met computers en besloot hen te helpen. Eerst met het opslaan van hun foto’s en andere handigheidjes, later ook met complete computercursussen. Hij leefde enorm op.

Toen er steeds vaker een beroep op hem werd gedaan, kreeg hij echter een terugslag. Hij voelde zich zwaar overvraagd en wilde er de brui aan geven. Zijn groepsgenoten toonden begrip voor zijn paniekgevoel. Ze snapten dat het voor hem al een grote stap was om bij anderen over de vloer te komen. Neem even de tijd; dit gaat met vallen en opstaan, was hun advies aan hem.

EIGEN REGIE

Onderzoeker Dirk Willem Postma, lector aan de NHL Hogeschool & Stenden Hogeschool, illustreert met dit voorbeeld hoe mensen die op grote afstand van de arbeidsmarkt staan, elkaar krachtig kunnen ondersteunen. Ze wisselen in peergroups (zie kader) hun ervaringen uit, helpen elkaar om weer contacten te leggen en de weg naar de buitenwereld weer te vinden. Ze zijn vooral weer zelf aan zet, ook om hun financiële positie te verbeteren. ‘Deelname aan een peergroup helpt om de ervaren druk van de maatschappij te vervangen door eigen regie’, zo verwoordde een van de deelnemers het in het onderzoeksrapport.

KOFFIE-OCHTEND

Er is al veel onderzoek gedaan naar individuele schuldhulpverlening, re-integratie en ondersteunende maatregelen, maar er was nog weinig bekend over de effecten van sociale netwerken van lotgenoten om mensen in een kwetsbare positie te versterken. Op uitnodiging van de gemeente Leeuwarden deed Postma met zijn team onderzoek naar de werkzame factoren in vier bestaande peergroups in de Friese hoofdstad.

Sociaal werkers vervullen in deze groepen een actieve, arrangerende en ondersteunende rol. Ze brengen inwoners die in armoede en eenzaamheid leven bijvoorbeeld op het idee om een koffie-ochtend te bezoeken. Wijkgenoten met soortgelijke problemen bespreken hier welke obstakels zij tegenkomen en hoe zij een volgende stap kunnen zetten.
 

‘Het programma is zo samengesteld
dat iedereen mee kan doen, zonder angst voor afwijzing’

 
 

NAAR HUIS MET EEN GLIMLACH

Inwoners kunnen zich ook aansluiten bij een peergroup die zich niet direct richt op armoedebestrijding of re-integratie. Zo komen de deelnemers van Sportgroep Nijlân iedere dinsdagavond samen om te bewegen. Het programma is zo samengesteld dat iedereen mee kan doen, zonder angst voor afwijzing.

Uitgangspunt van deze sportgroep is dat iedereen met een glimlach naar huis gaat. Ná het napraten dan. Want mensen komen weliswaar om te sporten, maar voor de meesten is het contact met de andere deelnemers en het opbouwen van een netwerk, even belangrijk of zelfs nog belangrijker dan de sportieve activiteiten.

KENNIS VOOR ANDEREN

Een van de opbrengsten van het onderzoek is dat het perspectief van ervaringsdeskundigheid op tafel is gekomen. “Deelnemers twijfelen vaak of ze mee zullen doen, want ze hebben nog niet eerder meegemaakt dat het delen van ervaringen hen iets oplevert”, vertelt Postma. “Als ze ontdekken welke opluchting het geeft om over hun ervaringen te vertellen, ontdekken ze ook dat ze zelf ervaringskennis hebben. Dat versterkt hun eigenwaarde.”

Door die ontdekking ontstaat vaak de wens om die kennis in te zetten voor anderen. Eerst doen ze dat in de groep zelf, daarna gaan sommigen ook actief daarbuiten hun ervaringen uitdragen. Zo geven deelnemers van het collectief Gezondheidsvirus cursussen in de wijk over het aanpakken van overgewicht.

Gemeenten hebben nog te weinig functies voor bewoners die nog niet klaar zijn voor scholing of werk, vindt Postma. “Deze mensen moeten eerst een – met name sociaal – leerproces doorlopen, zodat ze weten wat ze willen en wat ze kunnen. Vooral in dat leerproces vervullen de peergroups een belangrijke rol.”

POSITIEF WAARDEREN

Voor mensen met weinig zelfvertrouwen speelt de sociaal werker een cruciale rol in de peergroup. De begeleider stelt verhelderende vragen, legt verbanden tussen deelnemers en houdt het gesprek gaande. Dat is nodig, want een aantal deelnemers zijn weinig spraakzaam. “Mensen die voorheen vanwege psychiatrische problemen of een verslaving in een instelling zaten, moeten het nu op eigen kracht doen”, zegt Postma. “We merkten hoe taai het is om een negatief zelfbeeld te veranderen. ‘Het is nooit wat weest, en it sil ek nooit wat wurde’, is een gevleugelde uitdrukking in Leeuwarden. Sociaal werkers wisten op de bijeenkomsten heel kleine stapjes positief te waarderen. Als zij er niet waren, zou de groep zelfs niet bijeenkomen.”
 

‘Het is belangrijk dat deelnemers de tijd krijgen;
snelle veranderingen kunnen zomaar voor een terugslag zorgen’

 
 

GROEPSSTEUN BLIJFT BELANGRIJK

Deelname aan de peergroups draagt inderdaad bij aan meer zelfvertrouwen, waardoor de deelnemers een volgende stap zetten, blijkt uit het onderzoek. Wel is het daarbij van groot belang dat zij van klantmanagers en sociaal werkers de tijd krijgen. Snelle veranderingen kunnen zomaar voor een terugslag zorgen.
Deelnemers die meer zelfvertrouwen hebben ontwikkeld, kunnen meedoen aan een groep waarbij professionals op afstand staan, bijvoorbeeld een groep waarin mensen met een uitkering een coöperatie vormen om te gaan ondernemen.

Als er een baan of een opleiding volgt, hebben veel deelnemers in hun euforie de neiging om de groep los te laten. Toch is ook in die fase de groepssteun nog belangrijk, zegt Postma. “Want er is een grote kans dat ze bij het eerste conflict met hun leidinggevende afhaken en dan zijn ze nog kwetsbaar.” De groep geeft dan een extra steun in de rug. ‘It takes a village to empower the jobless’, zegt Postma.

VRUCHTBARE OMGEVING

Komt een deelnemer op de juiste plek terecht, dan kan het ineens vlug gaan. Een vluchteling die in zijn vaderland kapper was, kwam via de peergroup op het idee om klanten van de voedselbank te gaan knippen. Ook wist hij een cursus te koppelen aan een stage in een kapperszaak. “Mensen kunnen snel groeien zodra zij hun mogelijkheden ontdekken”, zegt Postma. “Ik zag mensen die kansen creëerden voor zichzelf en elkaar op een organische manier verder hielpen. Wat de kapper deed, hadden sociaal werkers niet zo kunnen uitstippelen; zoiets is niet te plannen, hooguit kun je er een vruchtbare omgeving voor creëren.”

Tekst: Sigrid van Iersel
Foto’s: Annelies van ‘t Hul

Wat is onderzocht?

Wijkteammedewerkers in Leeuwarden stimuleren bewoners met schulden en/of andere problemen om deel te nemen aan peergroups (lotgenoten), waarbij zij hun eigen ervaringsdeskundigheid (leren) inzetten. De gemeente Leeuwarden wilde weten of deze bestaande peergroups de deelnemers helpen om uit de armoede te komen en nieuwe perspectieven te zien. Twee onderzochte groepen werden geleid door professionals, de andere twee zijn grotendeels zelfsturend.

Wat was de werkwijze?

De onderzoekers hebben vier bestaande peergroups gevolgd, diepte-interviews gehouden met ervaringsdeskundigen en deelnemers- en focusgroepgesprekken gevoerd. Om inzicht te krijgen in de bereikte gedragsveranderingen hebben enkele deelnemers een vragenlijst ingevuld, evenals de leden van hun sociale netwerk. Van elke peergroup nam een deelnemer ook als vrijwilliger deel aan de onderzoeksgroep, waardoor het gemakkelijker was om contacten te leggen en te onderhouden.

Wat zijn de resultaten?

Veruit de meeste deelnemers aan de vier onderzochte peergroups in Leeuwarden zijn positief over de betekenis van hun deelname voor hun maatschappelijke en economische kansen. Ze hebben meer zelfvertrouwen ontwikkeld en zetten stappen naar meer (sociale) participatie. Dat blijkt uit de observaties en uitspraken van deelnemers aan de peergroups. De meting van individuele gedragsveranderingen gaf een minder helder beeld.

Wat is de conclusie?

Peergroups kunnen de perspectieven op scholing, werk en ondernemerschap van de deelnemers verbeteren. Dat is vooral het geval wanneer de deelnemers de kans krijgen om hun sociale netwerk uit te breiden, leren omgaan met weerstanden, onderlinge steun ervaren en feedback van andere deelnemers ontvangen.

Meer informatie:

Bekijk het onderzoek ‘Samen doen wat nodig is om armoede te bestrijden’ via de website van ZonMw


Tips voor gemeenten

  • Zet meer in op peergroups, maar verwacht niet dat daardoor minder individuele trajecten nodig zijn. Beide manieren zijn belangrijk en versterken elkaar. Uiteindelijk kan steun aan peergroups wel een inverdieneffect geven, maar niet op de korte termijn.
  • Geef wijkteams de gelegenheid om meer aan collectieve arrangementen te doen. De meeste gemeenten sturen vooral op individuele trajecten, waardoor sociaal werkers te weinig toekomen aan de begeleiding van peergroups. De sociaal werker moet de ruimte krijgen om te doen wat nodig is, in plaats van alleen maar op budgetten afgerekend te worden.
  • Geef deelnemers aan een peergroup de ruimte om vanuit een uitkering te ondernemen en bij te verdienen. Waardeer deze kleine stappen zonder meteen te werken met kortingen of andere maatregelen. Durf daarbij het keurslijf van ‘gelijke gevallen gelijk behandelen’ los te laten ten faveure van ‘ongelijke gevallen ongelijk behandelen’.

meer zelfvertrouwen meer perspectief

 

Marloes Schreur, strategisch adviseur sociaal domein, gemeente Leeuwarden:

‘BRENG DE SYSTEEMWERELD EN DE LEEFWERELD SAMEN’ 

“Voor de gemeente Leeuwarden gaat armoedebeleid niet alleen over een gebrek aan geld, maar ook over de uitsluiting op andere terreinen. Hoe kunnen we het armoedebeleid vanuit een ander perspectief voeren? Hoe kunnen we de bewoners meer onderdeel daarvan laten zijn? En hoe kunnen we ervaringsdeskundigheid verder ontwikkelen en uitbreiden?

Met het oog op die vragen hadden we behoefte aan onderzoek naar de inzet van ervaringsdeskundigen. We werken al enige jaren met peergroups. Er was dus al aandacht voor dit onderwerp, maar nu is het nog hoger op de politieke agenda gekomen. Een aantal aanbevelingen uit het onderzoek herkennen we en voeren we ook uit. We zijn daar bewuster mee bezig.”

SAMEN MET BEWONERS

“Door ervaringsdeskundigen een podium te geven, voorkomen we dat wij vanuit de systeemwereld oplossingen bedenken die in de leefwereld van bewoners helemaal niet werken. We maken vaak beleid achter onze bureaus alsof het leven lineair verloopt, maar dat is natuurlijk niet zo. Je kunt plotseling ziek worden of ontslagen worden.
Met maatwerk bereiken we meer rendement, zeker als het gaat om complexe kwesties. Wijkteams kunnen helpen om de brug te slaan tussen de gemeente en bewoners. Je moet elkaars taal leren spreken.
We vinden het van groot belang om hier energie in te steken. Dat geldt ook voor het ophalen van ervaringen van bewoners buiten het kantoor. We willen beleidsstukken meer vanaf het begin bespreken met bewoners en uitvoering, zodat we aan het eind een gedragen en uitvoerbaar stuk hebben.”

 

Vakkundig aan het werk

Wat werkt er nu echt bij interventies in het sociaal domein? Welke methode op het gebied van re-integratie is effectief? En wat is de beste manier om armoede te bestrijden? Om wetenschappelijk gefundeerde antwoorden te krijgen op dit soort vragen werken VNG, Divosa, UWV, ZonMW en de ministeries van SZW en VWS samen in het meerjarige kennisprogramma ‘Vakkundig aan het werk’. Het doel hiervan is: het ontwikkelen van nieuwe wetenschappelijke kennis waar de gemeentelijke uitvoeringspraktijk van kan profiteren. Uiteindelijk leidt dat tot een effectievere dienstverlening aan de burger.

Deze serie artikelen belicht recente onderzoeken in het kader van dit kennisprogramma en laat zien wat wel en niet werkt in het sociaal domein. Ook lees je hoe je er zelf mee aan de slag kunt gaan.

Meer informatie:

 

 

Deel dit artikel!

Wellicht vind je dit ook interessant:

Hoe (bege)leid je werknemers met een beperking? Mentorwijs van Werkzaak Rivierenland leert leidinggevenden hoe ze mensen met een beperking goed kunnen begeleiden.
Mobility Mentoring helpt klanten in armoede uit he... Onderzoek naar nieuwe aanpak in Nederland
Van het een komt vaak het ander: werk Parttime ondernemen in de bijstand.
11//2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

11//2017